Je kan zo ver, in Zweden. En zelf als je ver gaat, is het nog niet eens zo heel erg ver.
Voor vele Zweden is het Noorden onbekend terrein en loopt de denkbeeldige grens ergens ter hoogte van Stockholm. Alles daarboven is voor de rendieren en een enkele gek die zich uit de maatschappij heeft teruggetrokken. En waarom zou je als zuid Zweed ook naar het noorden gaan. Neem de zelfde afstand naar het zuiden en het is gegarandeerd warm. Vermoedelijk nog goedkoper vliegen ook.
Zij die het erop wagen en noordwaarts gaan kiezen over het algemeen tussen twee gebieden: Abisko in de noordelijkste uithoek of Jämtland, halverwege.
Jämtland is mateloos populair vanwege de mogelijkheden voor zowel groepstoerisme als geen toerisme. De grote groepen verzamelen zich in de grote Fjälstations, de avonturier kan een stap verder gaan.
Vorige week waren wij daar dan. Zeven dagen door de fjäl, glaciers, hagel en zon. Na 14 uur in de trein de laatste twee die uitstapten. In Enafors. De hoeveelheid Enafors was ongeveer vijf huizen en een schuur. En een treinstation dus. De door ons gekozen route begon net even buiten dit dorp. Dwars door een bos, door een moeras en uiteindelijk door de bergen. Niemand te zien. De dagen daarna een zelfde patroon, bos, bergen en water. Bijna geen mensen. Alleen de laatste dag op de triangel route werd het duidelijk waarom dit gebied zo populair is. Rugzaklopers, dagjesmensen, rotators en kinderwagens. Alles kan.
Maakte verder niet uit. De sauna’s en restaurants van de fjälstations zijn absoluut de moeite waard!

0 reacties so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.